Prinsjesdag 2026: is dit het jaar om je eenmanszaak om te zetten naar een bv?
Lees het artikel
Bijgehouden pagina · 14 minuten lezen
Het stelsel dat de Hoge Raad in 2021 afkeurde, geldt bijna vijf jaar later nog steeds. Het kabinet wil in stappen naar een vermogenswinstbelasting en stuurde die novelle op 2 oktober 2026 met spoed naar de Raad van State, maar de dekking is niet rond: de verlaging van het heffingsvrij vermogen naar 30.846 euro moet van tafel om kleine spaarders te ontzien. Deze pagina houdt bij waar het staat, en wat dat betekent voor je aangifte.
LiveBijgewerkt op 29 oktober 2026
We werken deze pagina bij zodra er iets verandert. Het tijdpad is krap en de eerste stap is nog niet zichtbaar: het spoedadvies van de Raad van State werd op 28 oktober verwacht, maar is nog niet openbaar. Uiterlijk maandag 2 november moeten de novelle en het aangepaste dekkingsvoorstel bij de Tweede Kamer liggen, met de uitvoeringstoets van de Belastingdienst in dezelfde periode, en de stemming is beoogd op donderdag 12 november, dezelfde dag als die over het Belastingplan 2027. Het kabinet sprak op 26 en 27 oktober opnieuw met zeven oppositiepartijen over het Belastingplan en over box 3; na twee dagen lag er geen akkoord en het aangepaste voorstel komt volgens het kabinet begin volgende week. Waar de dekking vandaan komt, is daarmee nog steeds de open vraag; daar kijken we naar. De Eerste Kamer legde na 13 oktober niets nieuws vast; haar definitieve besluit houdt zij aan tot de Tweede Kamer klaar is.
Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is op 12 februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen, maar ligt sinds juli stil in de Eerste Kamer: die stelde de stemming uit tot het kabinet met verbeteringen zou komen. Die verbeteringen zijn er nu, in de vorm van een novelle die op 2 oktober 2026 in de ministerraad is vastgesteld en met een verzoek om spoedadvies naar de Raad van State is gegaan. Om invoering per 1 januari 2028 te halen moet de parlementaire behandeling voor 31 december 2026 rond zijn. Sinds het mondeling overleg van 5 oktober is de Eerste Kamer bereid daar tempo mee te maken, waar januari eerder het vroegste moment leek. Het tijdpad is inmiddels concreet, maar de eerste stap is nog niet zichtbaar: het spoedadvies van de Raad van State werd op 28 oktober verwacht en is nog niet openbaar, de novelle gaat uiterlijk maandag 2 november naar de Tweede Kamer, en de commissie Financiën wil erover stemmen op donderdag 12 november 2026, dezelfde dag als de stemmingen over het Belastingplan 2027. Het kabinet heeft gevraagd de novelle mee te laten lopen met de plenaire behandeling van dat pakket. De senaat zette daar op 13 oktober een voorlopig ja onder: de commissie Financiën stemde in met de voorgestelde route, maar wel onder voorbehoud van het spoedadvies van de Raad van State en de uitvoeringstoets van de Belastingdienst, en zij wacht de behandeling in de Tweede Kamer af voordat zij definitief besluit.
Wat het kabinet wil, is een vermogenswinstbelasting in twee stappen. Per 2028 geldt die voor alle financiële instrumenten, dus aandelen, obligaties en opties, samen ongeveer 90 procent van het vermogen dat in waarde groeit; per 2030 volgt de rest. Je betaalt dan op het moment dat je je winst realiseert, niet over waardegroei op papier. Dat was het zwaarste bezwaar tegen het oorspronkelijke voorstel, dus op dit punt komt het kabinet de critici tegemoet. Vanaf 2028 geldt een heffingsvrij resultaat, in de novelle 1.000 euro per jaar tegenover 1.800 euro in het wetsvoorstel zoals het er lag.
De dekking is de kern van de deal, en die raakt ondernemers direct. Het hoge tarief in box 2 gaat vier jaar lang omlaag naar 29,2 procent om winstuitkering aan te moedigen, en de grens voor excessief lenen uit de eigen bv zakt vanaf 2027 van 500.000 naar 100.000 euro in vijf stappen van elk 80.000 euro, met de eigen woning uitgezonderd. In box 3 zelf gaan twee knoppen om: het heffingsvrij vermogen voor 2027 terug naar 30.846 euro en het forfait op overige bezittingen 1,5 procentpunt omhoog. Juist die eerste raakt honderdduizenden spaarders die nu buiten box 3 blijven, en daar liep het op 30 september in de Tweede Kamer op vast. Heinen zegde op 1 oktober toe dat er een andere grens komt, stuurde de novelle een dag later toch naar de Raad van State en zei daarover: “Ik neem hier een risico.” Op 6 oktober nam de Tweede Kamer moties aan die het kabinet vragen die grens te verhogen ten opzichte van de brief van 29 september en de dekking elders te zoeken: in het beperken van papieren schenkingen via een modernisering van de rekenrente in de erf- en schenkbelasting, of in een lager tarief in box 2. De Kamer wilde dat alternatief hebben voor de behandeling van het Belastingplan. Dat is niet gelukt: bij het wetgevingsoverleg over het Belastingplan op 12 oktober lag er nog geen uitgewerkte dekking. In de schriftelijke antwoorden van 16 oktober zegt het kabinet dat het de dekking vooral binnen het vermogensdomein zoekt en dat het aangepaste voorstel uiterlijk 2 november komt, samen met de novelle zelf. Die nieuwe gesprekken met de oppositie zijn er gekomen: op maandag 26 en dinsdag 27 oktober sprak het kabinet met zeven oppositiepartijen, Pro, JA21, BBB, SGP, de ChristenUnie, 50PLUS en Volt, over het Belastingplan 2027 en over box 3, en na twee dagen lag er geen akkoord. Minister Heinen zegt een dekkingsvoorstel te verwachten dat op breed draagvlak kan rekenen, maar wat erin staat is niet bekend; het kabinet wil het begin volgende week presenteren. Wat er intussen op papier staat heeft het kabinet zelf becijferd: met een heffingsvrij vermogen van 30.846 euro komen er in 2027 ongeveer 1,2 miljoen box 3-betalers bij, die gemiddeld ongeveer 90 euro per jaar gaan betalen.
Per saldo is dit geen lastenverzwaring, wat in de berichtgeving nogal eens ondersneeuwt. De overstap naar een vermogenswinstbelasting kost de schatkist volgens de eigen raming van het kabinet ruim 3 miljard euro in 2028 en opnieuw in 2029; de maatregelen hierboven zijn de dekking daarvoor, en over 2026 tot en met 2031 samen komt het pakket uit op 136 miljoen euro voordeel. Het is dus een verschuiving: minder belasting over vermogen dat groeit, en meer mensen die meebetalen. Niets doen is overigens ook niet gratis, want het huidige stelsel brengt ruim 2 miljard euro per jaar minder op dan het nieuwe zou doen.
Hoe stevig staat dit? Het is een voorstel en geen akkoord. Het kabinet is een minderheidscoalitie en heeft de oppositie nodig: JA21 noemt de gevolgen voor kleine beleggers onacceptabel, SGP en Volt hebben zich niet vastgelegd, en de VVD, D66 en het CDA hebben zich bereid verklaard naar een andere dekking te kijken. Welke dekking dat moet worden, verdeelt ze: het voorstel om papieren schenkingen te beperken komt van de ChristenUnie en heeft steun van D66 en het CDA, terwijl de VVD er fel tegen is. De vakbonden hebben hun aangekondigde acties opgeschort nu de bezuiniging op de WW en de WIA definitief van tafel is. De richting staat dus vrij vast, de rekening nog niet.
Voor jou verandert er op korte termijn niets. Het overbruggingsstelsel blijft gelden, inclusief de tegenbewijsregeling. Wat wel verandert is de kans dat dit nog jaren duurt, en dat maakt het bijhouden van je werkelijke rendement belangrijker, niet minder belangrijk.
De korte versie van hoe we hier zijn beland. Elke stap was bedoeld als oplossing, en elke keer bleek het een tussenstap. Hieronder het jaar waar het om gaat; de voorgeschiedenis staat ingeklapt.
De Hoge Raad oordeelt dat de forfaitaire heffing over 2017 en 2018 in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Wie belasting betaalt over een rendement dat hij niet heeft gehaald, wordt in zijn eigendomsrecht geraakt.
24 december 2021Herstel voor de jaren 2017 tot en met 2022, maar alleen voor wie op tijd bezwaar had gemaakt of van wie de aanslag nog niet vaststond.
2022Een tijdelijk stelsel met vaste percentages per vermogenscategorie, bedoeld tot en met 2027. Het geldt nog steeds.
2023Ook het rechtsherstel en de overbruggingswet schieten tekort: is het forfaitaire rendement hoger dan het werkelijke rendement, dan moet het werkelijke rendement gelden.
6 en 14 juni 2024De uitspraken worden in de wet vastgelegd. Over 2017 tot en met 2027 mag je aantonen dat je werkelijke rendement lager was, met het formulier Opgaaf werkelijk rendement. Aangenomen door de Tweede Kamer op 12 juni en door de Eerste Kamer op 8 juli 2025.
18 juli 2025 in het StaatsbladDe Wet werkelijk rendement box 3 wordt aangenomen, met 1 januari 2028 als beoogde ingangsdatum.
12 februari 2026Na deskundigenbijeenkomsten en een plenair debat op 30 juni is er onvoldoende steun. De Eerste Kamer stemt op 7 juli wel over moties, maar niet over de wet zelf, en wacht op verbeteringen van het kabinet.
30 juni en 7 juli 2026Uit uitgelekte Prinsjesdagstukken blijkt dat de coalitiepartijen er niet uit komen en het wetsvoorstel willen doorschuiven. Invoering per 2028 lijkt daarmee van de baan.
1 september 2026Geen novelle bij het wetsvoorstel. Het kabinet kondigt in de Miljoenennota aan met voorstellen te komen om naar een vermogenswinstsystematiek toe te werken, te verwerken bij het eerstvolgende budgettaire besluitvormingsmoment, oftewel de voorjaarsbesluitvorming van 2027.
15 september 2026Het kabinet legt beide Kamers vier routes voor: de huidige wet met verzachtingen, de wet per 2028 met een overstap naar vermogenswinst in 2030, het voorstel intrekken en tot 2030 forfaitair doorgaan, of al per 2028 een vermogenswinstbelasting. Alle vier kosten geld; het duurste scenario kost de schatkist volgens de eigen raming bijna 20 miljard euro tot en met 2035. Een keuze is nog niet gemaakt.
16 september 2026De commissie Financiën bespreekt de kabinetsbrief en vindt extra tijd alleen niet genoeg. Minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg worden uitgenodigd voor een mondeling overleg, dat wordt gepland op maandag 5 oktober 2026.
22 september 2026Het kabinet biedt de oppositie aan de bezuiniging op de WW en de WIA definitief te schrappen en in box 3 zo snel mogelijk over te stappen op een belasting over werkelijke vermogenswinst. Een aanbod, geen akkoord: de dekking is nog niet uitgewerkt.
26 september 2026Het kabinet zet zijn keuze op papier. Per 2028 een vermogenswinstbelasting voor de financiële instrumenten, ongeveer 90 procent van het groeiende vermogen, en per 2030 voor de rest. Gedekt met een lager box 2-tarief, een leengrens die in vijf stappen naar een ton zakt, een lager heffingsvrij vermogen en een hoger forfait. Nog altijd een voorstel, geen akkoord.
29 september 2026Op de eerste dag van het begrotingsdebat keren JA21, de ChristenUnie, de SGP en Pro zich tegen het belasten van kleine spaarders. VVD-Kamerlid Wendy van Eijk zegt op vragen van SGP-Kamerlid André Flach dat zij open staat voor een hogere grens en een andere dekking; D66 en het CDA willen naar alternatieven kijken. De verlaging van het heffingsvrij vermogen is daarmee het eerste onderdeel dat wankelt.
30 september 2026Op de tweede dag van het begrotingsdebat zegt minister Heinen dat hij bereid is tot een andere grens en dat er een voorstel komt om kleine spaarders buiten de heffing te houden. Welke dekking daarvoor in de plaats komt, blijft open.
1 oktober 2026De ministerraad stelt de novelle vast en vraagt spoedadvies, terwijl de compensatie voor kleine spaarders nog niet gedekt is. Heinen: “Ik neem hier een risico.”
2 oktober 2026In het mondeling overleg met Heinen en Eerenberg zegt de senaat alsnog bereid te zijn de novelle met spoed te behandelen. Eerder leek januari het vroegste moment. Invoering per 2028 is daarmee weer denkbaar, maar het tijdpad is krap.
5 oktober 2026Bij de stemmingen over de Algemene Financiële Beschouwingen neemt de Tweede Kamer moties aan die het kabinet vragen de spaardersgrens te verhogen ten opzichte van de brief van 29 september en de dekking te zoeken in het beperken van papieren schenkingen of in een lager box 2-tarief. De VVD is tegen het aanpakken van papieren schenkingen.
6 oktober 2026De commissie Financiën zet het schema op papier: advies van de Raad van State verwacht op 28 oktober, de novelle uiterlijk maandag 2 november bij de Tweede Kamer en de stemming beoogd op donderdag 12 november, dezelfde dag als de stemmingen over het Belastingplan 2027. Het wetgevingsoverleg over dat pakket is op maandag 12 oktober, en een uitgewerkte alternatieve dekking ligt er dan nog niet.
9 en 12 oktober 2026De commissie Financiën stemt in met de door het kabinet voorgestelde route voor de uitwerking van box 3, onder voorbehoud van het spoedadvies van de Raad van State en de uitvoeringstoets van de Belastingdienst. Het definitieve besluit volgt pas nadat de Tweede Kamer de novelle heeft behandeld.
13 oktober 2026De Belastingdienst meldt dat bij een aantal definitieve aanslagen inkomstenbelasting over 2022 en 2023 met een dagtekening van 16 oktober 2026 of later de ingediende opgaaf werkelijk rendement niet is verwerkt. Hij beoordeelt die opgaven alsnog, stuurt een nieuwe aanslag en biedt excuses aan; betrokkenen hoeven zelf niets te doen.
15 en 16 oktober 2026In de schriftelijke antwoorden op het eerste wetgevingsoverleg over het Belastingplan 2027 zegt het kabinet dat het de dekking vooral binnen het vermogensdomein zoekt en dat het aangepaste voorstel uiterlijk 2 november komt. Over het vastgoed in het wetsvoorstel houdt het vast aan de bijtelling van 3,35 procent, met nieuw onderzoek begin 2027 en een eventuele aanpassing in het Belastingplan 2028.
16 oktober 2026Het kabinet spreekt op maandag 26 en dinsdag 27 oktober met zeven oppositiepartijen over het Belastingplan 2027 en over box 3. Na twee dagen is er geen akkoord. Het aangepaste dekkingsvoorstel komt volgens het kabinet begin volgende week. Het spoedadvies van de Raad van State, verwacht op 28 oktober, is een dag later nog niet openbaar.
26 en 27 oktober 2026Zolang er niets verandert, reken je met het overbruggingsstelsel. Dit zijn de cijfers voor 2026, met een kanttekening die veel mensen hebben gemist.
De kanttekening: in het Belastingplan 2026 stond een verhoging van het forfait op overige bezittingen naar 7,78 procent en een verlaging van het heffingsvrij vermogen naar 51.396 euro. Beide zijn er tijdens de behandeling in de Tweede Kamer uit geamendeerd. Kom je dat percentage nog ergens tegen, dan is die bron verouderd.
Wat in het forfaitaire stelsel niet kan: je werkelijke kosten aftrekken. Beheerkosten, onderhoud aan een verhuurd pand, financieringskosten boven op de schuldendrempel: het telt in box 3 niet mee. Dat is precies het punt waarop het stelsel al vijf jaar wringt.
Voor 2027 loopt het forfaitaire stelsel gewoon door. Het forfait op overige bezittingen staat daar al vast op 6,37 procent. Voor banktegoeden en schulden gelden voorlopig 1,27 procent en 2,85 procent; die worden na afloop van het jaar definitief vastgesteld. Het heffingsvrij vermogen gaat in 2027 van 59.357 naar 60.098 euro per persoon, en naar 120.196 euro voor fiscale partners. Het tarief blijft 36 procent. Dat de vrijstelling maar zo weinig stijgt, heeft een reden: de wettelijke inflatiecorrectie wordt in 2027 voor slechts 48 procent toegepast, onder de noemer vrijheidsbijdrage. In plaats van 2,6 procent geldt daardoor 1,248 procent, en die beperking raakt ook de andere vrijstellingen in box 3 en de schuldendrempel. Voor 2028 is dezelfde beperking opnieuw aangekondigd.
Dat is de wet zoals die er vandaag staat. In de novelle gaat het heffingsvrij vermogen voor 2027 terug naar 30.846 euro en gaat het forfait op overige bezittingen met 1,5 procentpunt omhoog. Dat bedrag kreeg op 30 september brede kritiek en het kabinet heeft op 1 oktober toegezegd kleine spaarders te ontzien, maar in de novelle die op 2 oktober naar de Raad van State ging staat 30.846 euro nog gewoon. Reken dus met 60.098 euro en 6,37 procent, en ga ervan uit dat het bedrag voor 2027 nog verandert.
Het politieke spel kun je niet beïnvloeden, je eigen dossier wel. Vier dingen die op dit moment het meeste opleveren.
Let op bij aanslagen over 2022 en 2023: heb je een definitieve aanslag gekregen met een dagtekening van 16 oktober 2026 of later en zie je je opgaaf werkelijk rendement daarin niet terug, dan kan dat aan de Belastingdienst liggen. Een aantal van die opgaven is niet verwerkt voordat de aanslag werd vastgesteld. Het raakt vooral mensen die eerder telefonisch of schriftelijk contact hadden over hun opgaaf. De Belastingdienst beoordeelt ze alsnog en stuurt een nieuwe aanslag, dus je hoeft daarvoor zelf niets te doen. Leg die nieuwe aanslag wel naast je eigen berekening.
Dit is geen nieuwsbericht dat blijft staan zoals het geschreven is. We werken de pagina bij zodra er iets verandert en zetten hieronder wat er is aangepast. Er wordt nooit een regel verwijderd; de oudere staan ingeklapt.
Het kabinet sprak op maandag 26 en dinsdag 27 oktober opnieuw met zeven oppositiepartijen, Pro, JA21, BBB, SGP, de ChristenUnie, 50PLUS en Volt, over het Belastingplan 2027 en over box 3. Na twee dagen lag er geen akkoord; het kabinet wil begin volgende week een aangepast voorstel presenteren, wat aansluit op de eerdere toezegging van uiterlijk 2 november. Het spoedadvies van de Raad van State werd op 28 oktober verwacht maar is nog niet openbaar, en de Eerste Kamer legde na 13 oktober niets nieuws vast. De stemming is nog steeds beoogd op donderdag 12 november. Aan het stelsel dat nu geldt en aan de cijfers voor 2026 en 2027 verandert niets.
In Den Haag veranderde er sinds 16 oktober niets: het spoedadvies van de Raad van State wordt nog op 28 oktober verwacht, de novelle en de aangepaste dekking uiterlijk 2 november, en de stemming is nog steeds beoogd op donderdag 12 november. Wel meldt de Belastingdienst dat bij een aantal definitieve aanslagen over 2022 en 2023 met een dagtekening van 16 oktober 2026 of later de ingediende opgaaf werkelijk rendement niet is verwerkt; die opgaven worden alsnog beoordeeld en er volgt een nieuwe aanslag, zonder dat betrokkenen zelf iets hoeven te doen. Aan het stelsel dat nu geldt en aan de cijfers voor 2026 en 2027 verandert niets.
De commissie Financiën van de Eerste Kamer stemde op 13 oktober voorlopig in met de route die het kabinet voor box 3 kiest, onder voorbehoud van het spoedadvies van de Raad van State en de uitvoeringstoets van de Belastingdienst; definitief besluit zij pas na de behandeling in de Tweede Kamer. In de schriftelijke antwoorden van 16 oktober koppelt het kabinet het aangepaste dekkingsvoorstel aan dezelfde datum als de novelle, uiterlijk 2 november, en zegt het die dekking vooral binnen het vermogensdomein te zoeken. Voor vastgoed houdt het vast aan de bijtelling van 3,35 procent, zonder tegenbewijsregeling voor het eigen gebruiksvoordeel, met nieuw onderzoek begin 2027. Aan het stelsel dat nu geldt en aan de cijfers voor 2026 en 2027 verandert niets.
Uit de stukken van de commissie Financiën van 9 oktober blijkt het schema: het spoedadvies van de Raad van State wordt op 28 oktober verwacht, de novelle moet uiterlijk maandag 2 november bij de Tweede Kamer liggen en de stemming is beoogd op donderdag 12 november 2026, dezelfde dag als de stemmingen over het Belastingplan 2027. Het wetgevingsoverleg over dat pakket was op maandag 12 oktober; een uitgewerkte alternatieve dekking om kleine spaarders te ontzien lag er toen nog niet. Het kabinet becijferde in zijn antwoorden van 9 oktober wel wat het voorstel zoals het er ligt betekent: ongeveer 1,2 miljoen mensen gaan in 2027 voor het eerst box 3 betalen, gemiddeld ongeveer 90 euro per jaar. Aan het stelsel dat nu geldt en aan de cijfers voor 2026 en 2027 verandert niets.
Bij de stemmingen over de Algemene Financiële Beschouwingen nam de Tweede Kamer op 6 oktober moties aan die het kabinet vragen de spaardersgrens in box 3 te verhogen ten opzichte van de Kamerbrief van 29 september en de dekking te zoeken in het beperken van papieren schenkingen of in een lager box 2-tarief; de VVD is tegen dat eerste. Het alternatief dat de Kamer voor de behandeling van het Belastingplan wilde hebben is er niet gekomen: volgens persbureau ANP komt het pas later in oktober, terwijl de behandeling op maandag 12 oktober begint en het spoedadvies van de Raad van State eind oktober wordt verwacht. Aan het stelsel dat nu geldt en aan de cijfers voor 2026 en 2027 verandert niets.
Minister Heinen zei op 1 oktober in het begrotingsdebat dat hij bereid is tot een andere grens en dat er een voorstel komt om kleine spaarders buiten de heffing te houden. Welke dekking daarvoor in de plaats komt is nog onbekend, en ook de verlaging van het heffingsvrij resultaat per 2028 van 1.800 naar 1.000 euro ligt weer open. Op 2 oktober stelde de ministerraad de novelle toch vast en vroeg spoedadvies aan de Raad van State, met het heffingsvrij vermogen van 30.846 euro er nog in en de dekking nog open: “Ik neem hier een risico,” zei Heinen daarover. In het mondeling overleg van 5 oktober zei de Eerste Kamer alsnog bereid te zijn de novelle met spoed te behandelen, waardoor invoering per 2028 weer denkbaar is. Aan het stelsel dat nu geldt en aan de cijfers voor 2026 en 2027 verandert niets. Deze pagina is bij deze update ook opnieuw ingedeeld: Waar het nu staat beschrijft de toestand in plaats van de chronologie, met een overzichtsblok bovenaan, en de voorgeschiedenis, de oudere updates en de oudere bronnen staan ingeklapt.
Op woensdag 30 september keerden JA21, de ChristenUnie, de SGP en Pro zich in het begrotingsdebat tegen het plan om honderdduizenden kleine spaarders en beleggers eerder belasting te laten betalen. De VVD staat open voor een andere dekking en D66 en het CDA willen naar alternatieven kijken, waardoor de verlaging van het heffingsvrij vermogen naar 30.846 euro voor 2027 opnieuw open ligt. Aan het stelsel zelf en aan de cijfers voor 2026 en 2027 verandert niets.
Het kabinet heeft op 29 september 2026 zijn keuze op papier gezet: per 2028 een vermogenswinstbelasting voor aandelen, obligaties en opties, ongeveer 90 procent van het groeiende vermogen, en per 2030 voor de rest, met vanaf 2028 een heffingsvrij resultaat van 1.000 euro. De dekking loopt via een box 2-tarief van 29,2 procent voor vier jaar, een grens voor excessief lenen die vanaf 2027 in vijf stappen van elk 80.000 euro van 500.000 naar 100.000 euro daalt, een heffingsvrij vermogen van 30.846 euro in 2027 en een forfait op overige bezittingen dat in 2027 met 1,5 procentpunt omhoog gaat. De bezuiniging op de WW en de WIA gaat definitief van tafel. Het is een voorstel en geen akkoord; de Raad van State is om spoedadvies gevraagd en de behandeling moet voor 31 december 2026 rond zijn. Alle cijfers hierboven zijn nagelopen in de Kamerbrief zelf.
Het mondeling overleg van de Eerste Kamer met minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg staat gepland op maandag 5 oktober 2026. Daarnaast heeft het kabinet de oppositie aangeboden de bezuiniging op de WW en de WIA te schrappen en in box 3 sneller over te gaan op een belasting over werkelijke vermogenswinst; er is nog geen akkoord en de dekking is nog niet uitgewerkt.
De commissie Financiën heeft op 22 september besloten het wetsvoorstel nog niet aan te houden en minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg uit te nodigen voor een mondeling overleg na de Algemene Financiële Beschouwingen in de Tweede Kamer. Een meerderheid van de senaat vindt extra tijd zonder richting onvoldoende en wil binnen ongeveer twee weken duidelijkheid.
De brief van het kabinet over de voortgang van box 3 staat nu als stuk Q in het dossier van de Eerste Kamer. De commissie Financiën bespreekt hem op dinsdag 22 september en beslist dan of de behandeling van het wetsvoorstel wordt aangehouden.
Uit een brief aan beide Kamers blijkt dat het kabinet vier routes onderzoekt, van de huidige wet met verzachtingen tot het voorstel intrekken en pas in 2030 overstappen op een vermogenswinstbelasting. Er is nog geen keuze gemaakt; het duurste scenario kost de schatkist volgens het kabinet bijna 20 miljard euro tot en met 2035.
Het heffingsvrij vermogen voor 2027 staat vast op 60.098 euro per persoon en 120.196 euro voor fiscale partners. Dat is maar 1,248 procent meer dan in 2026, omdat de inflatiecorrectie voor 2027 nog voor 48 procent wordt toegepast. Aan het stelsel zelf verandert niets.
Het kabinet dient geen novelle in op de Wet werkelijk rendement box 3 en komt bij het eerstvolgende budgettaire besluitvormingsmoment met voorstellen richting een vermogenswinstsystematiek. De forfaitaire percentages voor 2027 zijn toegevoegd.
Stand van zaken na de uitgelekte Prinsjesdagstukken van 1 september, met de cijfers voor 2026 en de tijdlijn vanaf het Kerstarrest.
Elk cijfer en elke datum op deze pagina is nagelopen bij minimaal twee onafhankelijke bronnen. De primaire bron onder de nieuwe plannen is de Kamerbrief van 29 september 2026; de parlementaire stand staat in dossier 36.748 van de Eerste Kamer. De volledige lijst staat hieronder, in twee delen, zodat die de pagina niet overspoelt. Klopt er iets niet, laat het ons weten.
Kennismaken
In een half uur kijken we naar je vermogen, je werkelijke rendement en de jaren die nog openstaan. Je hoort meteen of er iets te halen valt.
Vrijblijvend
Benieuwd wat je nu te veel betaalt?
In een half uur kijken we naar je structuur en je laatste cijfers. Je krijgt een eerlijk beeld, en geen verkooppraatje.
Plan een kennismaking